Paswoord vergeten?
Vincent Van Quickenborne
     
Mijn artikels  
4 4 maart 2015
"De stok achter de deur naar vrijheid"
Onze rechten en vrijheden genieten zonder gediscrimineerd te worden, is een pijler van onze waarden, schrijven Bart Somers en Vincent Van Quickenborne in een opiniestuk. Om dat grondrecht af te dwingen, zal een wortel alleen niet volstaan.

Iedereen heeft wel eens vooroordelen: over mannen en vrouwen, over Nederlanders of West-Vlamingen. De definitie van een vooroordeel is dat het gaat om meningen die niet op feiten zijn gebaseerd. Vooroordelen zijn irrationeel en sturen – wellicht meer dan we denken – onze voorkeuren en beslissingen. Maar een samenleving kan nooit aanvaarden dat vooroordelen leiden tot achterstelling van mensen. Daarom kunnen we de schokkende cijfers over discriminatie in de dienstenchequesector of op de huurmarkt niet door de vingers zien.

Artikel 11 van de Grondwet verzekert het genot van onze rechten en vrijheden zonder discriminatie. Het is een van onze democratische grondregels, die we krachtig moeten verdedigen. Als we tegen radicale moslims zeggen dat onze westerse waarden – met onder meer de gelijkheid van man en vrouw of het recht op vrije meningsuiting – primeren, dan geldt dat ook voor het non-discriminatiebeginsel. Je kan niet shoppen tussen de grondrechten.

Sommigen zeggen dat er gewoon een mentaliteitswijziging nodig is, maar dat zeggen we al veel te lang. Aan louter sensibilisering zullen arbeiders, vrouwen of holebi’s door de geschiedenis heen ook niet veel hebben gehad. Vaak was een wettelijk optreden nodig om gelijke rechten te garanderen. De liberale katholiek Henri Lacordaire stelde het in negentiende eeuw al: ‘Tussen de sterken en de zwakken is het de vrijheid die onderdrukt en de wet die bevrijdt’.

Slechtste leerling van de klas

Dat de cijfers uitgerekend in de dienstenchequesector zo dramatisch zijn, is schokkend. Dit systeem is net opgezet om kansengroepen, onder meer allochtonen, aan een job te helpen. Je kan niet roepen dat er te weinig allochtone mensen bijdragen aan onze welvaartsstaat en tegelijkertijd hun kansen op de arbeidsmarkt hypothekeren door discriminatie te gedogen. De overheid heeft bovendien de plicht erop toe te zien dat haar middelen ethisch en wettelijk correct worden gebruikt. Een werknemer met dienstencheques wordt voor drie vierde gesubsidieerd. Het gaat jaarlijks om meer dan 1,6 miljard euro. Het is zeer confronterend dat de publieke sector de slechtste leerling van de klas blijkt te zijn: drie kwart van de OCMW’s gaat in op discriminerende vragen. Er is duidelijk nood aan een Vlaamse rondzendbrief die de OCMW’s aanmoedigt om een voorbeeldrol op te nemen.

Mogen gebruikers van dienstencheques dan geen enkele voorwaarde stellen? Natuurlijk. Ze mogen verwachten dat de poetshulp goed werk levert, op tijd komt en correct handelt. Dat heeft niets met afkomst of huidskleur te maken. We begrijpen het dilemma van de dienstenchequebedrijven: ‘Als wij niet ingaan op de vraag zullen onze collega’s het wel doen’. Juist daarom zijn meer instrumenten nodig. Zodat het bedrijf dat wel ‘nee’ zegt daar niet het slachtoffer van wordt.

Anonieme telefoontesten

Wat moeten we dan doen? Zelfregulering is een eerste stap. De ervaring in de uitzendsector is bijzonder leerrijk. Anonieme telefoontesten legden het probleem bloot, maar kaderden binnen een breder beleid van vorming en sanctionering. Wie slecht scoorde, werd gevraagd een actieplan op te stellen om de situatie te verbeteren. Alleen wie bleef ingaan op discriminerende vragen, verloor het kwaliteitslabel van de sector. Er is ook bij de uitzendkantoren nog werk aan de winkel, maar het is een belangrijke vooruitgang.

Wat kon voor de uitzendsector kon, moet ook kunnen voor de dienstenchequesector. Gelet op de overheidsfinanciering en het ontbreken van een koepel, kan de inspectie een rol spelen door met een praktijktest het probleem in kaart te brengen. Als een inbreuk wordt vastgesteld, kan een waarschuwing worden gegeven, waardoor het bedrijf wordt aangemoedigd een plan te ontwikkelen. Dat dergelijke praktijktests niet wettelijk zouden zijn, betwijfelen we. Een juridisch kader voor dergelijke tests bestaat al voor de economische en financiële inspectie. Dat kan ook worden uitgetekend voor het tegengaan van discriminatie, uiteraard met respect voor de principes van de rechtsstaat.

Laten we nu vooral het momentum grijpen. De middelen zijn ondergeschikt aan het doel. Laten we symbooldiscussies en veto’s vermijden en over de partijgrenzen heen een aanpak op het terrein ontplooien die werkt. Niet alleen omdat we anders een hele generatie jonge mensen frustreren die hier zijn geboren en opgroeien, maar ook omdat het hier over de kern van ons westers samenlevingsmodel gaat. Dat stoelt op gelijke kansen, waarbij niet je afkomst maar je toekomst geldt.


Dit opiniestuk verscheen in De Standaard van 4 maart 2015.

Bookmark and Share










Schrijf u in op mijn nieuwsbrief








Chris Luyckx

Puurs - Sint-Amands (Puurs)

Jef Druyts

Edegem

Shaun Vanderplancke

Brussel

Gino Callaert

Berlare

Jürgen Spanhove

Gent

Gaston Weeckers

Ternat

Daniel Maes

Ichtegem

Bavo Anciaux

Willebroek

Ercan Ilbay

Diest

Eric Christiaens

Tongeren