Paswoord vergeten?
Herman Schueremans
     
Mijn teksten  
20 20 april 2009
Participeren is WILLEN meedoen, niet MOETEN
De Open Vld-visie op cultuurparticipatie

Begin 2008 keurde het Vlaams Parlement het decreet inzake cultuurparticipatie goed. Open Vld heeft als Vlaamse meerderheidspartij uit bestuurlijke en politieke loyauteit dit decreet mee goedgekeurd, daarbij evenwel tijdens het debat duidelijk makend dat dit niet de liberale visie op cultuurparticipatie weergeeft. Dit heeft onder meer geresulteerd in bepalingen die voorzien in een permanente opvolging en evaluatie van het decreet op korte en middellange termijn.

Het decreet zoals geconcipieerd en goedgekeurd bewandelt immers niet ons pad. Zo wordt teveel de indruk gewekt dat dit decreet alle problemen inzake participatie van tafel veegt. Tevens is dit decreet een toonbeeld van anti-liberaal overheidsoptreden: de overheid stuurt wie waaraan kan participeren. Tenslotte is het decreet duidelijk geënt op een doelgroepenbeleid: participatie voor enkele groepen, niet voor iedereen.

Door deze vorm van participatie op te leggen aan een sector die oud en wijs genoeg is om ter zake deskundig te zijn, bewijst de Vlaamse minister van Cultuur impliciet dat hij de sector niet vertrouwt. Alle actoren én (potentiële) participanten worden bij het handje genomen en bij elkaar gebracht op de wijze en de plaats die het beleid op voorhand heeft vastgelegd.

De bedoeling van deze tekst is het duidelijk aflijnen van het Open Vld standpunt inzake cultuurparticipatie. Op korte termijn handhaaft Open Vld zijn loyaal doch kritisch standpunt ten aanzien van het goedgekeurde decreet. Bij aanvang van de nieuwe legislatuur wil Open Vld evenwel streven naar een beleid inzake cultuurparticipatie dat meer in de richting gaat van de eigen, liberaal geïnspireerde visie.

1. Is cultuurparticipatie een middel dan wel een doel ?

Voor Open Vld is cultuurparticipatie een middel, geen doel op zich. Een maatschappij in beweging en constante vernieuwing, gevuld met een rijk cultureel aanbod gekenmerkt door openheid, vrijheid, creativiteit en verscheidenheid is het doel. Immers, cultuur brengt de maatschappij in beweging, stemt tot nadenken, leidt tot debat, kan de maatschappij een spiegel voorhouden, daagt de samenleving uit tot het verleggen van grenzen. Participatie speelt in een dergelijke visie een belangrijke rol als brandstof voor cultuuraanbieders en cultuurconsumenten. Participatie is voor cultuur even essentieel als echte brandstof voor een voertuig. Evenwel is brandstof voor een voertuig niet het doel, wel de verplaatsing van punt A naar punt B met dat voertuig.

Vertrekkend vanuit deze visie dat participatie nodig is om via cultuur een ander doel te bereiken, nl. een zichzelf vernieuwende maatschappij, kan participatie niet opgelegd worden, niet verplicht worden. En laat dat nu het impliciete gevolg zijn van het huidige decreet: door een overreglementering komt men te veel tot het punt dat iedereen MOET participeren, hetgeen participatie tot doel maakt.

Een gevolg hiervan is dat men cultuurparticipatie tot een statistiek herleidt: het beleid heeft pas succes indien er meer mensen participeren aan cultuur en dat kan alleen met getallen en statistieken bewezen worden. Het gevaar bestaat dat men op termijn alleen kwantitatieve participatie overhoudt terwijl moet ingezet worden op kwalitatieve participatie.

Er kan in deze een vergelijking gemaakt worden met De Lijn: elk jaar moeten de miljoenen euro’s die van overheidswege geïnvesteerd worden, verantwoord worden aan de hand van een stijging van het aantal bus- en tramgebruikers. Evenwel stelt niemand zich daarbij de vraag of dit ook effect heeft gehad, in termen van minder autogebruik, minder files en ongevallen, enz.

Hetzelfde dreigt dus ook inzake cultuurparticipatie: door participatie als doel te stellen en door daarom impliciet participatie te verplichten, gaat men dit enkel kunnen aantonen door jaarlijks te tellen hoeveel mensen geparticipeerd hebben. Kortom, Vlaanderen gaat kopjes tellen om de uitgaven te verantwoorden. Boekhouder of cultuurpaus: er is blijkbaar geen middenweg…

Open Vld is van oordeel dat dit niet de te volgen weg is: participatie kan gewoonweg niet verplicht worden en moet vertrekken vanuit elke individuele wil en vrijheid om te participeren. Uiteraard stelt zich dan de vraag hoe en bij wie deze wil tot participatie kan gestimuleerd worden…

2. Hoe kan het beleid zoveel mogelijk mensen bij cultuur betrekken ?

Toegegeven, een liberale visie op cultuurparticipatie heeft het moeilijker om zijn effectiviteit te bewijzen, net omwille van zijn gericht zijn op vrije wil en het stimuleren van die vrije wil en dat in een bijna ongrijpbaar beleidsdomein zoals cultuur(beleving). Daar waar andere ideologieën een maatschappijvisie kunnen ontwikkelen waar verplichtingen en sanctionering natuurlijker ogen, komt het liberalisme zichzelf soms wel eens tegen op de weg naar een betere samenleving.

Zo ook inzake cultuurparticipatie: geen enkele liberaal zal zich kunnen vinden in een verhaal waarbij mensen verplicht worden om te participeren. Het probleem stelt zich dan uiteraard hoe zoveel mogelijk mensen ertoe kunnen aangezet worden om de stap naar meer cultuurbeleving te zetten.

Want ook dat is een verschil met hetgeen vandaag door het decreet van minister Anciaux wordt opgezet, nl. dat Open Vld een participatiebeleid wil voor elke Vlaming. Het huidige decreet is te vaak gefocust op bepaalde doelgroepen: het gaat daarbij om personen met een handicap, gedetineerden, personen in armoede, personen met een diverse etnisch-culturele achtergrond en gezinnen met kinderen.

Open Vld is van oordeel dat elke Vlaming kansen moet krijgen om te participeren en dat het cultureel bewustzijn van alle Vlamingen moet versterkt worden door het vergroten van zowel het publieksbereik als de actieve participatie in cultuur.

Open Vld kiest de weg van stimuleren en informatieverstrekking om de brede bevolking meer zin in participatie te doen krijgen. Daarbij kiezen wij om te werken met de bestaande decreten, eerder dan te werken met een nieuw, overbodig decreet zoals het participatiedecreet. De aanwezige en potentiële dynamiek inzake participatiebevordering via de reguliere decreten moet dan ook verder ondersteund en geïntensifieerd worden.

A. Via financiële en organisatorische impulsen dient participatie van onder uit gestimuleerd waarbij alle betrokken organisaties geresponsabiliseerd worden. Dit kan door enerzijds het participatiebevorderend werken van de culturele organisaties als een voorwaarde te stellen om de hoogte van het structurele subsidiebedrag te bepalen. Anderzijds dient projectsubsidiëring voorzien voor projecten die op het vlak van participatiebevordering een voorbeeld- of voortrekkersfunctie hebben.

B. Aan gemeenten dient in het kader van participatiebevordering, participatieverdieping en participatieverbreding een model aangeboden te worden voor netwerkvorming en samenwerkingsverbanden. Binnen deze visie is een regisseursrol weggelegd voor de lokale besturen: binnen een proces met trajectbegeleiding dienen zij de mogelijkheid te krijgen om het participatiebeleid zelf in te vullen, in nauwe samenwerking met alle betrokken lokale actoren.

C. Naast deze regisseursrol van de lokale besturen naar de culturele organisaties toe, dient het gemeentebestuur zelf actief cultuurparticipatie te bevorderen. Een manier om dit te doen, is door iedere schepen binnen zijn bevoegdheid te laten nagaan hoe men zoveel mogelijk inwoners in contact met cultuur kan brengen. Kortom, cultuur is dan een verantwoordelijkheid van iedere schepen. In de cultuursector is dit beter gekend als het “mainstreamingsbeleid”. Binnen de voorstellen op het niveau van het lokaal cultuurbeleid dienen de taken van de beleidscoördinator, reeds verankerd binnen het decreet lokaal cultuurbeleid, hertekend en aangevuld. Zo heeft de cultuurbeleidscoördinator binnen het lokaal mainstreamingsbeleid de taak om voorbeelden aan te reiken, de projecten mee te ondersteunen, te coördineren.

D. Een liberaal participatiebeleid is tevens gericht op informatieverstrekking. In plaats van te verlangen van actoren dat zij een aanbod creëren op maat van doelgroepen, wordt beter meer geïnvesteerd in het informeren van alle bevolkingsgroepen. Zo behouden zowel (potentiële) participanten als actoren de principiële vrijheid in deze en kan de graad van participatie verhoogd worden. Hier ligt een opportuniteit voor de overheid, al dan niet in de vorm van PPS-constructies, gaande van bijv. sponsoring van krantjes en affiche-campagnes, tot een beter overzicht van het cultuuraanbod op de (regionale) TV-zenders.

3. Concrete voorbeelden/projecten die de Open Vld visie illustreren.

- “Brussel behoort ons toe”: dit project nodigt iedereen uit om zoveel mogelijk gesprekken met elkaar op te nemen, deze opnamen zorgvuldig bij te houden en om ze zoveel mogelijk te verspreiden. De gesprekken zijn voor iedereen beschikbaar op een website of in de verhalenwinkel. De gesprekkenverzameling vormt een bron van creatie en een bron van informatie over hoe het leven in Brussel er aan toe gaat.

- Samenwerking tussen Rock Werchter en AmuseeVous: festivalgangers kunnen met hun Rock Werchter toegangsbandje gratis musea bezoeken.

- Stadsklassen: een project dat als doel heeft kinderen en jongeren in lagere scholen en de eerste graad van het secundair onderwijs meer inzicht bij te brengen in het fenomeen stedelijkheid. Ze zijn een kennismaking met het begrip stedelijkheid in al haar facetten, uiteraard ingebed in de leefwereld van kinderen.

- Use-it: toeristische informatie voor jonge mensen met advies over waar te eten, te slapen en uit te gaan in Brussel, Antwerpen, Gent, Brugge, Leuven en Mechelen.

- Cultuurcheque: is een geschenk van bedrijven aan hun personeel, vrijgesteld van sociale lasten en cumuleerbaar met andere sociale en extralegale voordelen en biedt een brede waaier aan sportieve, culturele en familiale activiteiten aan voor het personeel van bedrijven.

- De Munt, een open huis: om meer aansluiting te vinden met de stedelijke omgeving en de strategie van open huis verder uit te bouwen, gooit De Munt de deuren open, ook overdag, en dit 7 dagen op 7. Hiervoor werden de drie toegangsruimtes van het huis grondig herdacht en vernieuwd. In de vleugel langs de Prinsenstraat opent de nieuwe MMShop die een ruime keuze biedt aan cd's en dvd's, net als boeken die in verband staan met de programmering en met de theatrale actualiteit. In de vleugel langs de Koninginnestraat opent de nieuwe MMBar waar bezoekers zich kunnen laten verleiden door een ontbijt, een lunch, een tussendoortje, een aperitief of een afzakkertje na een voorstelling. In de inkomhal, die beide ruimtes verbindt, kan men bij de MMDesk terecht voor tickets en voor inlichtingen over de programmering.

- Geef elk gemeentelijk cultuurcentrum de extra, aparte middelen om de inwoners te informeren over het aanbod in de gemeente in kwestie. Dit kan in een losse constructie: een aparte dienst van het cultureel centrum coördineert en verzamelt informatie over het lokale cultuuraanbod. Deze kunnen flyer-acties organiseren, krantjes opstellen, en nadenken over nieuwere, originelere manieren om de mensen te bereiken, zoals straatanimatie.

- Lokaal mainstreamingsbeleid: kunstwerken langs fietspaden, gedichten langs boswandeling, kunst in openbare ruimten, kunstwerken in etalages, culturele uitstap met jeugd, …

- Cultuureducatie: vanuit het beleidsdomein Onderwijs worden inspanningen gedaan voor cultuureducatie. Vanuit het beleidsdomein Cultuur wordt daarentegen heel wat minder inspanning geleverd. En wat meer is: de verschillende initiatieven van Cultuur en Onderwijs gebeuren ongecoördineerd, wat de slagkracht ervan enorm vermindert. De ergernissen die wederzijds bestaan tussen Cultuur en Onderwijs, verhinderen de uitbouw en rationalisatie van cultuureducatie. Nochtans zijn er wel mogelijkheden om dit alles gestructureerder te laten verlopen. De Cultuurcel CANON, onderdeel van Onderwijs, is volledig bevoegd voor cultuureducatie. Toch werkt Cultuur daar niet (of te weinig) mee samen. Een ambitieuze oplossing zou kunnen liggen in het verzelfstandigen van CANON: op die manier zou CANON kunnen functioneren als sturend en centraal orgaan voor cultuureducatie met oog voor vorming en sensibilisering, en met de opdracht lessen, fora, workshops te organiseren voor leraren en directeurs.
- …

4. Besluit

De algemene Open Vld filosofie inzake cultuurparticipatie is dat er voldoende vrijheid moet zijn: minder moeten is meer participeren. Het huidige decreet betonneert teveel het beleid, de spelregels en de beschikbare middelen en stuurt cultuuraanbieders, actoren en (potentiële) participanten steevast een op voorhand bepaald pad op. Het valt dan ook te betwijfelen dat dit zal leiden tot meer participatie.

Bovendien gaat het decreet volledig voorbij aan de waaier van bestaande instrumenten inzake participatiebevordering. Organisaties die reeds inspanningen leveren om de participatie te bevorderen worden door het participatiedecreet niet beloond.

Moraal van het verhaal: Open Vld is van oordeel dat het beleid meer moet getuigen van vertrouwen in de bestaande organisaties en in de bestaande regelgeving. Meer (keuze)vrijheid en vrijwilligheid zal zowel aan de aanbodszijde als aan de vraagzijde leiden tot meer zin in cultuur en cultuurparticipatie. Niemand eet graag spruitjes wanneer het alleen maar spruitjes kunnen en moeten zijn. Geef iemand een buffet en hij zal van alles een beetje willen proeven…
Bookmark and Share










Schrijf u in op mijn nieuwsbrief








Christel Verlinden

Gelrode

Peter Becu

Tongeren

Peter Beerens

Opwijk

Cis Schepens

Retie

Christel Hendrix

Rotselaar

Sofie Vandeweerd

Dilsen-Stokkem

Peter Börner

Merchtem

Ole Tavernier

Lichtervelde

Bert Spiesschaert

Izegem

Patriek Van Bruaene

Roeselare